
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Artikel 9
1
De rechter beslist zo spoedig mogelijk. Indien het verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging betrekking heeft op een persoon die reeds in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, beslist de rechter in elk geval binnen drie weken na het indienen van het verzoekschrift.
2
De griffier zendt een afschrift van de beschikking inzake de machtiging aan:
a
de betrokkene;
b
de raadsman van de betrokkene;
c
de ouders die het gezag uitoefenen, de voogd, de curator of de mentor;
d
de echtgenoot van de betrokkene of degene door wie de betrokkene wordt verzorgd;
e
de verzoeker indien deze niet is een der onder c of d genoemde personen;
f
de officier van justitie.
3
Van een beschikking waarbij op het verzoek tot het verlenen van de voorlopige machtiging afwijzend wordt beslist, geeft de griffier tevens kennis aan de huisarts van de betrokkene en aan de inspecteur.
4
Bij de kennisgeving aan de huisarts en de inspecteur, bedoeld in het derde lid, voegt de griffier afschrift van de geneeskundige verklaring, bedoeld in artikel 5.
5
Tegen de beschikking op een verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging staat geen hoger beroep open.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.